woensdag 17 mei 2017

In memoriam Luc Coene (°11 maart 1947 / +5 januari 2017)

Erik Geenen
In memoriam Luc Coene Algemene Vergadering Nationale Bank 15 mei 2017

Zojuist hebben we een minuut stilte in acht genomen ter nagedachtenis van wijlen gouverneur Luc Coene.  Op zulk moment raakt een mens geklemd tussen twee wijsheden namelijk: “Van de doden niks dan goeds” en “ De waarheid heeft ook haar rechten”.  Gelet op de lovende commentaren in de pers, naar aanleiding van het overlijden van gouverneur Coene, denk ik dat het belangrijk is om op deze algemene vergadering de waarheid te doen primeren al is die, tot mijn grote spijt, niet zo fraai.

Om zijn doel te bereiken ging Luc Coene over spreekwoordelijke lijken.  Als bijzonder intelligent econoom wist hij verduiveld goed wat er moest gebeuren nadat Guy Verhofstadt dankzij de dioxine crisis en stoemelings aan de macht kwam.  Doch in plaats van het juiste te doen dreef machtshonger hem ertoe om actief mee te werken aan de lange reeks misdaden tegen het Belgische volk die Verhofstadt & co op hun geweten hebben.

Het opzetten van bedrieglijke constructies om frauduleuze begrotingen in mekaar te flansen, het verkwanselen van levensnoodzakelijke reserves en overschotten om de herverkiezing van Verhofstadt te verzekeren, de oprichting van het beruchte Zilverfonds, de creatie van de onbestaande pensioenreserves van de NMBS, het plunderen van de reserves van de Nationale Bank enzovoort.  Dit alles bracht ons land onnoemelijk veel onherstelbare schade toe en maakte dat België zwaar gehandicapt de financiële crisis inging.

Toen hij, dankzij de geleverde hand- en spandiensten aan Verhofstadt, in 2003 eerst directeur nadien vice-gouverneur en later gouverneur van de Nationale Bank werd bleef hij bewust de weg van het Kwaad bewandelen.  In plaats van constructief het debat aan te gaan met de onheus behandelde privé aandeelhouders van de Bank werden steeds meer reserves van de Bank illegaal naar de Schatkist versluisd en hij zette de kroon op het werk bij de jongste onteigening zonder compensatie uit 2009 waarbij hij er zorg voor droeg dat de Staat verder bevoordeeld kon worden indien de rente naar historische dieptepunten zou zakken.  Goed wetende dat de rente gedurende lange tijd zeer laag zou blijven dokterde gouverneur Coene een regeling uit waarbij de oneerlijke drie-procent-regel werd vervangen door een systeem waarbij de Regentenraad totaal willekeurig de privé aandeelhouders kon blijven onteigenen door het gros van de winsten naar de Staat door te schuiven.

Hoewel gouverneur Coene ruimschoots de tijd heeft gehad om een constructieve dialoog met de privé aandeelhouders aan te gaan en een faire oplossing uit te dokteren koos hij er voor om de privé aandeelhouders te blijven bestelen.  Nooit kregen de privé aandeelhouders de kans om discreet met de gouverneur of de directie van de Bank van gedachten te wisselen over de mogelijkheden om tot een oplossing te komen voor een probleem dat al veel te lang aansleept.  Wijlen gouverneur Luc Coene wist heel goed hoe de vork aan de steel zat doch hij weigerde pertinent de flagrante fouten recht te zetten.  Ieder mens maakt fouten doch zware fouten maken en geen enkele poging ondernemen om deze fouten recht te zetten of trachten om het maken van diezelfde fouten te vermijden transformeert die fouten in misdaden.  Dit alles is buitengewoon betreurenswaardig doch feiten zijn feiten en ze moeten vermeld worden om de situatie in de toekomst juist te kunnen reconstrueren.


Tot hier mijn tussenkomst naar aanleiding van het overlijden van gouverneur Coene.  Voor een correcte geschiedschrijving lijkt het mij opportuun dat dit in memoriam aangehecht wordt aan de notulen van deze vergadering en daarom zal ik nu een kopie overhandigen aan gouverneur Smets.

zondag 14 mei 2017

Algemene vergadering vraag 8

Vraag 8

De euro is zonder twijfel de grootste miskleun uit de Europese monetaire geschiedenis.  Een eenheidsmunt invoeren zonder eerst de nodige evenwichten te voorzien leidt tot hopeloze situaties en de politici die aan de basis lagen van deze dwaze operatie hebben hun plaats in de geschiedenisboeken veiliggesteld doch niet op de manier die ze in gedachten hadden, integendeel.

Door één voor één haar eigen basisregels te verkrachten slaagt de ECB er voorlopig in om de doodstrijd van de euro te rekken doch ook niet meer dan dat.  Een centrale bank heeft in feite maar één belangrijke opdracht, het beschermen van de koopkracht van het geld dat ze in omloop brengt door de inflatie te bestrijden.  Eventueel kan een inflatie van maximaal twee procent gedoogd worden doch vanaf het moment dat een centrale bank inflatie begint na te streven staat de wereld op z’n kop.  De crisis, waarin we ons bevinden, is het gevolg van het streven naar kunstmatige groei door de creatie van steeds meer schulden en dat spelletje is in 2007/2008 op haar limieten gebotst.  Sindsdien probeert men wanhopig om die limieten nog een stuk verder op te schuiven.

Na het uitbreken van de crisis werden wereldwijd tal van onderzoekscommissies opgericht en die kwamen allemaal tot dezelfde conclusie: “De crisis was het gevolg van teveel schulden en een te lage rente om het risico van die schulden te dekken”.  Vervolgens begonnen radeloze centrale bankiers nog meer schulden te creëren en de rente nog verder te verlagen.  Massaal wordt vers geld gecreëerd om slechte activa op te kopen terwijl ieder mens met een klein beetje gezond verstand weet dat een centrale bank, die geld creëert om waardeloze activa op te kopen, op het eind van de rit al het door haar gecreëerde geld waardeloos maakt.

Het Verdrag van Maastricht is helder en klaar: De centrale banken mogen hun overheden niet financieren!  Het verhaal van die onnozele oorlogsschuld van 34 miljard frank van de Belgische Staat aan de Bank maakt dat heel duidelijk.  Vandaag is het financieren van doodzieke overheden de core business geworden van de ECB en dat financieren gebeurt zo radicaal dat de rentevoeten op tal van plaatsen onder nul gaan zodat we in een situatie verzeild zijn waarbij schuldeisers moeten gaan betalen aan de schuldenaars.

De zaak is duidelijk: vanaf het moment dat je obligaties of schuldpapier van een schuldenaar koopt, ben jij degene die de schuldenaar in kwestie financiert en op het eind van de rit aan zijn deur gaat kloppen om het verschuldigde bedrag te innen.  De oorspronkelijke financier komt niet meer in het plaatje voor.  Het fabeltje van “we opereren enkel op de secundaire markt en zodoende financieren we niet” zou elkeen, die het durft uitspreken, in de grond moeten doen zakken van schaamte.  Als je daarenboven ook nog eens fors boven pari koopt dan financier je niet alleen de schuldenaar je geeft de eerdere schuldeiser de gelegenheid om een forse kunstmatige winst te realiseren.  Voorwaar een pervers schouwspel dat een zware tol zal eisen.

A.   Hoe kun je een crisis van teveel schulden en een te lage rente, om het risico van die schulden te dekken, oplossen door nog veel meer schulden te maken en de rente op nul te zetten?
B.   Wie heeft zo weinig verstand dat hij durft beweren dat het kopen van obligaties op de secundaire markt niet gelijkstaat met het financieren van de debiteur in kwestie?
C.  Sparen is deugdzaam en veel schulden maken is roekeloos, de geschiedenis en de literatuur zijn doorspekt met voorbeelden die deze eenvoudige waarheid in de verf zetten.  Welk lid van de Regentenraad begrijpt niet dat het onverstandig is om spaarders te straffen en schuldenaars en speculanten te belonen?
D.  Enkele maanden geleden zei de heer Jacques de Larosière tijdens een voordracht in Bergen dat het straffen van spaarders en het belonen van schuldenaars een absurditeit is die het ganse financiële systeem ondermijnt.  Onderschrijft de Regentenraad de visie van mijnheer de Larosière?
E.   De jongste maanden zien we steeds meer overnamepogingen op grote multinationals zoals Unilever en AKZO.  De reden is duidelijk: als je gratis geld kunt lenen en met dat geld een bedrijf kunt kopen dat een dividend van drie procent uitkeert en daarnaast jaar na jaar zwaar investeert met een deel van de gerealiseerde winsten, wordt je slapend rijk natuurlijk.  Hoe schat de Regentenraad de gevolgen in van de overgewaardeerde beurzen en de grootste zeepbel aller tijden in de obligatiewereld?

F.   Wat zijn volgens de Regentenraad de gevolgen van het huidige monetaire gesjoemel voor de stabiliteit van de verzekeraars?

zaterdag 6 mei 2017

Vraag 7 algemene vergadering

Vraag 7

Over 2016 behaalde de Nationale Bank een nettowinst van 638 miljoen of 88 miljoen euro meer dan over het boekjaar 2015.

De winst werd als volgt verdeeld:
319,1 miljoen euro of 797 euro per aandeel naar de beschikbare reserves;
56,316 miljoen euro als dividend voor de aandeelhouders (50% privé, 50% Staat);
262,8 miljoen euro, het saldo, als geschenk voor de Staat.

De dividendpolitiek wordt al enkele decennia misbruikt om de koers van het aandeel kunstmatig laag te houden.  Dit jaar krijgen de privé aandeelhouders netto 19,71 miljoen euro toebedeeld terwijl er meer dan 300 miljoen euro uitgekeerd wordt aan de Staat.

Bij dit alles niet uit het oog verliezen dat de Staat nooit één cent geïnvesteerd heeft in de Nationale Bank, 100% van het kapitaal werd ingebracht door de privé aandeelhouders.  Het feit, dat de Staat zich in 1948 exact 50% van de aandelen toegeëigend heeft, verandert daar uiteraard niks aan.

Om het dividend zo laag mogelijk te houden, misbruikt de Regentenraad reeds vele jaren de reserves doch dat is uiteraard een mes dat aan twee kanten snijdt.  Immers, door zoveel mogelijk geld in de beschikbare reserves te pompen stijgt de intrinsieke waarde van het aandeel jaarlijks substantieel.  Laat ons even de evolutie over de voorbije zeven boekjaren op een rijtje zetten:
2016: toevoeging aan de beschikbare reserves 797 euro per aandeel;
2015: toevoeging aan de beschikbare reserves 687 euro per aandeel;
2014: toevoeging aan de beschikbare reserves 849 euro per aandeel;
2013: toevoeging aan de beschikbare reserves 592 euro per aandeel;
2012: toevoeging aan de beschikbare reserves 835 euro per aandeel;               2011: toevoeging aan de beschikbare reserves 562 euro per aandeel;               2010: toevoeging aan de beschikbare reserves 520 euro per aandeel.

Dit maakt dat over de voorbije zeven boekjaren de intrinsieke waarde van het NBB aandeel enkel door de aangroei van de beschikbare reserves steeg met 4.842 euro per aandeel!

De koers van het aandeel schommelt de jongste weken rond drieduizend euro of 38% beneden de 4.842 euro die de jongste zeven jaar toegevoegd werd aan de beschikbare reserves.  
A.   Hebben de leden van de Regentenraad een verklaring voor het feit dat de koers van de Nationale Bank, een bedrijf dat sedert haar oprichting in 1850 enorme winsten heeft gegenereerd en waarvan hierboven zwart op wit aangetoond werd dat de reserves enkel de voorbije zeven jaar met 4.842 euro per aandeel toenamen, op dergelijke absurd laag niveau’s blijft noteren?
B.   Zou het kunnen dat het extreem lage niveau van de koers te wijten is aan de orgie van willekeur, machtsmisbruik en de lange reeks van onteigeningen zonder compensatie waarvan de privé aandeelhouders van de Bank het slachtoffer zijn?
C.   Er zijn slechts 200.000 aandelen Nationale Bank in omloop en blijkbaar zijn er quasi geen beleggers te vinden die, ondanks de enorme onderwaardering, aandelen van de Bank willen of durven kopen. Is het mogelijk dat beleggers afgeschrikt worden door de manier waarop de privé aandeelhouders van de Bank behandeld worden en dat daardoor die koers zo extreem laag blijft noteren?
D.   Wat is de mening van de regenten Karel Van Eetvelt en Pieter Timmermans van deze gang van zaken?

E.   Zijn Unizo en het Verbond van Belgische ondernemingen, die door de regenten Van Eetvelt en Timmermans in de Regentenraad vertegenwoordigd worden, voorstander van onteigeningen zonder compensatie om de Belgische staatsschuld af te bouwen?

woensdag 3 mei 2017

Algemene Vergadering vraag 6


Op pagina 21 van het jaarverslag van de Nationale Bank van België over 1948 staat een gedetailleerde tabel van het

“Goud· en deviezenbezit van de Nationale Bank (millioenen franken)”

Op pagina 76 van hetzelfde jaarverslag over 1948 wordt het helemaal interessant:

“Hierna volgt de vergelijking met de cijfers van vorig jaar 
31 December 1948 25 December 1947
Beschikbare goudvoorraad  fr. 27.333.965.142,07

Onbeschikbaar goudsaldo na herwaardering van de goudvoorraad (besluitwet n r 5 dd. 1 Mei 1944) .
Per 31 December 1948 zijn deze twee rubrieken samengebracht op een enkele rekening « Goudvoorraad », tengevolge van de aanwending van de passiefrekening « Schatkist : onbeschikbare rekening wegens herwaardering (besluitwet n' 5 van 1 Mei 1944) », tot de gedeeltelijke delging van de schuld van de Staat tegenover de Bank (zie commentaar volgende rubriek).”

Na de herwaardering van de goudvoorraad VAN DE BANK in 1944 was er een onbeschikbare reserverekening ontstaan waarop zich de fictieve “meerwaarde” van 10.493.184.844,77 frank bevond.  Eind 1948 wordt die onbeschikbare reserverekening bij de goudvoorraad van de Bank gevoegd tot de gedeeltelijke aflossing van de Schuld van de Staat aan de Bank.

Op pagina 53 van het jaarverslag over 1971 vinden we volgende duidelijke tabel terug:

Tabel 9. GOUDVOORRAAD EN NETTO DEVIEZENPOSITIE VAN DE NATIONALE BANK VAN BELGIE (1)
In de loop van de maanden september tot december zijn de goud- en deviezenreserves van de Bank verminderd, hoewel deze laatste niet meer op de valutamarkt tussenbeide kwam, behalve in guldens. De goudvoorraad nam af met fr. 2 miljard, in hoofdzaak ten gevolge van de aflossing van in goud uitgedrukte schatkistcertificaten en van cessies aan De Nederlands che Bank ingevolge het monetaire Benelux-akkoord.

Op pagina 62 van het jaarverslag over 1972 begint de geschiedenisvervalsing:

Tabel 12. NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD- EN DEVIEZENRESERVES


Gedurende 121 jaar, van 1850 tot en met 1971, werd de goudvoorraad en de deviezenpositie van de Nationale Bank van België weergegeven, vanaf 1972 wordt het een beetje onduidelijker.

Goudvoorraad en deviezenreserves van de Nationale Bank (1971)
versus
NATIONALE BANK VAN BELGIE: GOUD EN DEVIEZENRESERVES (1972)

Het lijkt een onooglijk belachelijk verschil doch het vormt de aanzet tot de plundering van de goudreserves van de Bank.

Gedurende meer dan 120 jaar was het met “goudvoorraad en deviezenreserves van de NBB” heel duidelijk van wie die activa waren.
Doch een dubbele punt tussen Nationale Bank en goud verandert alles.
Want met: NATIONALE BANK: GOUD EN DEVIEZENRESERVES
is het ineens niet meer duidelijk van wie die reserves zijn.

Zijn die reserves van de Bank of houdt de Bank die reserves aan voor de Belgische Staat?   Dankzij meer dan honderd jaarverslagen tot en met 1971 is het echt wel duidelijk van wie die reserves zijn en moeten we absoluut niet meer twijfelen.  Enkel onbetrouwbare huurlingen van politieke goudrovers zullen genoeg heldenmoed aan de dag leggen om te durven verklaren dat het goud van de NBB van de Staat is.

Tot 1927 zijn die reserves trouwens voor 100% eigendom van de privé aandeelhouders.  Toen kregen de Belgische politici schrik dat die privé aandeelhouders vroeg of laat de Nationale Bank zouden vereffenen en de reserves zouden verdelen en lieten ze een wet stemmen waarbij de Staat bij vereffening van de Bank recht zou hebben op 3/5 van de reserves.

A.    In het licht van de hierboven citaten uit de jaarverslagen van de Bank: Kan de Regentenraad voor eens en voor altijd duidelijkheid verschaffen over hetgeen er de voorbije dertig jaar is gebeurd?
B.     Als in 1948 een onbeschikbare reserverekening van 10,5 miljard frank bij de goudreserve van de Bank wordt gevoegd om een deel van de schuld van de Staat aan de Bank af te lossen:  Is er dan nog één regent die durft beweren dat hij twijfelt over wie eigenaar is van het goud van de Bank?
C.     Hoe het mogelijk is dat 82,7% van het goud van de Bank werd verkocht tegen bradeerprijzen?
D.    Hoe valt te verklaren dat er meer dan negen miljard euro van een onbeschikbare reserverekening, afkomstig van die goudverkopen, aan de Staat werd uitgekeerd zonder dat de privé aandeelhouders ook maar één cent ontvingen?

E.     Kunnen de antwoorden op deze eenvoudige vragen duidelijk genotuleerd worden zodat onzinnige discussies hierover in de toekomst vermeden kunnen worden?

Algemene Vergadering vraag 5


Op pagina 8 van het jaarverslag over 1948 van de Bank vinden we volgende belangrijke passage terug in verband met de belangrijke hervormingen die in 1948 werden doorgevoerd .  Ik citeer:

“De laatste hervorming voorziet weliswaar de deelneming van de Staat in het maatschappelijk kapitaal ten belope van 50 pCt en het recht dat hij zich toekent zelf, de directeurs te benoemen : zij versterkt aldus de invloed van de Staat op de Bank
Nochtans stelt zij terzelfder tijd bepaalde waarborgen tegen een misbruik van zijn stemrecht in de buitengewone vergaderingen en tegen de benoemingen van directeurs die niet hoofdzakelijk om hun technische bekwaamheid zouden geschieden.
Krachtens het nieuwe artikel 92, mag de Staat alleen, in zijn hoedanigheid van aandeelhouder, geen enkele wijziging van de statuten opdringen. Overeenkomstig het nieuwe artikel 91 is de Staat niet bij machte de algemene vergadering tot afzetting van een regent of een censor te dwingen. Krachtens artikel 48 is de voordracht der candidaten voor de functie van directeur uitsluitend voorbehouden aan de Regentenraad.”

Duidelijke taal die weinig uitleg behoeft!
A.    Kan de Regentenraad eens uitleggen op welke manier de regenten erop toegezien hebben dat de Staat zijn invloed en stemrecht bij de Bank niet misbruikt heeft de jongste jaren?
B.     Hoe vallen de garanties ter bescherming van de belangen van de privé aandeelhouders te rijmen met het bij wet afschaffen van alle elementaire rechten van de privé aandeelhouders in 1993, de eindeloze reeks onteigeningen zonder compensatie sedert 1988, het opdringen van statutenwijzigingen en de wetswijziging omtrent de winstverdeling in 2009?
C.     De jongste jaren werden er enkele totaal onbekwame politieke marionetten benoemd tot directeur bij de Nationale Bank.  In hoeverre heeft de Regentenraad erop toegezien dat de benoemde directeurs over de nodige technische bekwaamheid beschikten?